Legendestenen

De invloed van de megalithische monumenten op het plaatselijke leven van Wéris kan men afleiden uit de plaatselijke folkore, de legendes en tradities die hier voortleven. Sinds heugenis zoekt men een verklaring voor deze zware stenen; zouden reuzen, dwergen, feeën, heksen, of ... de duivel er iets mee te maken hebben?

In Wéris circuleren verscheidene legendes rond de wonderbaarlijke rotsblokken in de natuur: de "Pierre Haina", "Lit du Diable" (= het Duivelsbed) en "Pas-Bayard" (= hoefafdruk van 't Ros Beiaard).

La Pierre Haina

De "Pierre Haina" is geen menhir maar een gril van de natuur: hij staat hier als de enige overgebleven rotsblok, de andere rotsblokken zijn weggerold. Deze rotsblok is zo'n 3 meter hoog, met een helling van +/- 45°. Het zou kunnen dat de term "haina" van het Keltisch komt, men zou dan kunnen spreken over de "steen der voorouders".

De "Pierre Haina" domineert de megalithische site van Wéris. Werd deze opvallende rots zo'n 5.000 jaar geleden op het einde van de steentijd door de eerste landbouwers, de dolmenbouwers, gebruikt als uitzichtpunt over de streek? Is het van hieruit dat de dolmenbouwers de ideale plekken voor de megalieten berekenden? 

Volgens een van de legendes is de Pierre Haina de stop die een onderaardse galerij afsluit. Deze schacht zou leiden tot diep in het centrum van de aardbol, daar waar de duivel in zijn hellevuur heerst. Soms werd het hellevuur zelfs voor de duivel te veel, of wou hij nieuwe zieltjes vangen, en besloot uit zijn hel te kruipen. Hij duwde de rots weg en dwaalde in de streek rond. Niemand heeft hem ooit gezien want voor het kraaien van de haan was hij weer verdwenen en stond de steen weer op zijn plaats. Maar ... de dorpsbewoners bemerkten het wel dat hij weer was langsgeweest: kippen waren dood, ... ruzie brak uit,... ziekte kwam in het dorp, ... Het was genoeg geweest voor de Wérisiens! Zij kwamen samen en zochten samen naar een oplossing bij een jenevertje. Vele mogelijkheden werden voorgesteld, maar bleken steeds onuitvoerbaar te zijn. Een klein meisje, helemaal in het wit gekleed, bracht de vers geraapte eieren van die morgen. Dat was het ! WIT ! De duivel heeft een afkeer van het reine WIT. Van die dag af wordt de Pierre Haina bij elke herfstequinox, door de Wérisiens gewit.

Een ander verhaal gaat over een " boussu curé " (=een gebochelde pastoor), een pastoor uit gehucht Fanzel die dringend naar Morville moest. Het was ontzettend slecht weer : gietende regen en een gure wind. Hij besloot een binnenweg te nemen door het bos. Dan moest hij wel deze steile heuvel op, maar dat was beter dan rond te gaan, en langer onderweg te zijn, in dit hondenweer.  De aanhoudende regen vergemakkelijkte de klim op de heuvel niet, en de wind maakte het nog allemaal erger en kouder. Het was zo'n slecht weer dat zelfs bij deze pastoor godslasterende woorden over zijn lippen ontglipten. God die alles hoort, kon dit echt niet door de vingers zien, en strafte de pastoor onmiddellijk: hij veranderde de arme gebochelde pastoor in steen en moet hier eeuwig blijven staan.

Lit du Diable

Het "Lit du Diable" of Duivelsbed is een rotsblok van 2,40 m breed, 1,40 m hoog en 60 cm dik aan de voet van de heuvel waar de Pierre Haina staat. Je kunt er de vorm van een bed met hoofdsteun in terugvinden. Op deze steen rustte de duivel uit van zijn nachtelijke activiteiten.  Als hij weer op krachten was, verdween hij in de schacht onder de Pierre Haina naar de Hel. Genoeg materiaal voor een andere legende :

"Een molenaar die langs de Aisne woonde zag het niet meer zitten.  De boeren hadden goed geboerd, ze hadden hun zware zakken vol graan gebracht.  Dat graan moest worden gemalen, de bakkers wachtten op het gemalen graan.  Maar, er was niet genoeg water in de rivier.  Hij kon zijn molen niet doen draaien. Hij was ten einde raad. Satan op zoek naar nieuwe zieltjes had de wanhopige kreten van de arme molenaar gehoord.  De duivel benaderde de molenaar en beloofde in één nacht een dijk aan te leggen zodat een smal kanaal al het water naar het waterrad zou leiden. Maar... de duivel wou wel iets in ruil : als de dijk zoals beloofd effectief de volgende morgen af zou zijn, zou de duivel in ruil de ziel van de molenaar krijgen. De molenaar die dringend moest beginnen te malen - de graanzakken stapelden zich op - was tot alles bereid als zijn waterrad maar draaide, en aanvaardde de overeenkomst. De molenaarsvrouw wou haar man niet kwijt en bedacht een plannetje. 

De volgende morgen was de dijk inderdaad af en draaide het waterrad op volle toeren. Bij het kraaien van de haan riep de duivel de molenaar bij zich om de rekening te vereffenen. Maar... het was de hond van de molenaar die naar de duivel liep, van de molenaar zelf was geen spoor. Zodra de duivel doorhad dat hij bedrogen was, barstte hij in woede uit, verwoestte hij in enkele seconden zijn nachtelijk werk, en liep het bos in. Razend en uitgeput bereikte hij een platte steen met een hoofdsteun. Hier ging hij op liggen, hij moest dringend op krachten komen na de zware arbeid van die nacht. Sindsdien wordt deze steen het Duivelsbed genoemd. De overblijfselen van de duivelse dijk zijn nog steeds te zien in de rivier bij Roche-à-Frène."



Pas-Bayard

In Pas-Bayard, een gehucht van het dorp Oppagne, kunt u op een steen een lange diepe groef zien. Dit zou een afdruk van de hoef van 't Ros Beiaard zijn. Hier zette het paard zich af om met de vier Heemskinderen op zijn rug naar Durbuy te springen. Een klein sprongetje van zo'n 10 km !